En zo leer je steeds weer bij

Ik heb zelden zulk afwisselend ‘werk’ gehad als dat van raadslid. Elke keer weer leer je bij en regelmatig passeren zaken de revue waar je, ondanks jarenlang steunfractie-ervaring, geheel geen verstand van hebt. Ik schreef in de Huis aan Huis in dat kader al over toegankelijkheid. Maar ook deze maand op de agenda:  groenbeheer. Tja, dacht ik, wat kan ik dáár nou weer van zeggen? Zolang het maar netjes is?

Groenbeheer is een goed voorbeeld van iets waar je élke dag mee te maken hebt, maar iets wat zelden opvalt. Sterker nog, zolang het er allemaal ‘goed bij ligt’ in de buurt lijkt dat haast een vanzelfsprekendheid, maar zodra het rommelig wordt weten we tóch wel wie we moeten bellen: de gemeente uiteraard.

Wat u misschien niet weet is dat achter dat ogenschijnlijk simpele wereldje (even snoeien, goed maaien, schoffeltje erdoor) een hele wereld schuilgaat. Er wordt goed nagedacht en flink gewerkt aan kaders, regels en plannen. En dat klinkt allemaal weer lekker bureaucratisch, maar dient zeker een doel.

Goed groenbeheer kan namelijk zorgen voor een betere biodiversiteit, waar belangrijke insecten zich thuis voelen.  Het kan zorgen voor betere afvoer van hitte en water in uw woonwijk, wat zeker met de steeds extremere weerbeelden steeds belangrijker wordt. Voor een gemeente die het vooral moet hebben van recreatie en toerisme is het ook nog eens je visitekaartje, voor Nunspeet zelfs misschien wel z’n sterkste troef. En naast al die dingen is het ook nog best fijn als bij de beplanting rekening wordt gehouden de steeds grotere groep hooikoortspatiënten. Allemaal zaken om rekening mee te houden.

Daarnaast kan je het groenbeleid ook nog eens inzetten om andere doelen te realiseren, waar je zelf nooit aan zou denken. In de kadernotitie die deze maand op de agenda staat, is daar een mooi fictief voorbeeld van opgenomen, welke toevallig toch goed aansluit bij de ambities van deze coalitie:

We willen graag dat jongeren voldoende bewegen. Dat lijkt op het eerste gezicht niets met groenbeleid te maken te hebben, maar vergezocht is het niet. Want naast sport is misschien de belangrijkste vorm van bewegen wel gewoon lekker buiten spelen. Voetballen op het veldje aan de overkant bijvoorbeeld. Dat veldje moet dan wel bespeelbaar zijn. Gras mag dus eigenlijk niet hoger zijn dan 6 cm. Om dat te bereiken moet er 24 keer per jaar worden gemaaid. En zo kan je dus van hele abstracte doelen naar heel concrete maatregelen komen.

U raadt het al, als nieuweling in de materie zie je als je niet uitkijkt door de bomen het bos niet meer, maar nooit gedacht dat ik groenbeheer nog eens zó interessant zou gaan vinden!