Daar gaan we niet over

De invloed van een gemeenteraad, laat staan van een enkel raadslid, is vaak gering. Maar al te vaak blijkt dat maatregelen die ons inwoners direct raken in handen zijn van de provinciale- of rijksoverheid. Daar gaat de gemeenteraad dus niet over.

Dat zijn overigens vaak wel onderwerpen die een hoge mate van betrokkenheid bij inwoners oproepen. De manier waarop de stikstofcrisis onze Nunspeetse agrariërs én onze Nunspeetse natuur raakt, de voorgenomen bomenkap langs de A28 (gelukkig voorlopig van de baan), de onacceptabele bezuiniging op onze brandweer. Het zijn onderwerpen waar we als raadslid vaak op aangesproken worden. Begrijpelijk, inwoners maken zich (terecht) zorgen. Het teleurstellende antwoord is dat ook wij ons dan zorgen maken, maar: We gaan er niet over. Een mateloos frustrerend antwoord, om dat het bovenal klinkt als een slecht excuus en lijkt op weglopen van de problemen. Maar het is maar al te vaak gewoon de realiteit.

Het is soms frustrerend dat zaken die een grote lokale component hebben, in z’n geheel niet in lokale handen zijn. Dat er specifiek over onze inwoners, onze natuur en onze veiligheid wordt besloten achter Haagse, Arnhemse of Apeldoornse bureaus. En lees dit vooral niet als pleidooi om nog meer overheid te decentraliseren, er zijn goede redenen om zaken op nationaal, provinciaal of regionaal niveau te regelen. Maar gevoelsmatig klopt het óók weer niet dat we (en met ‘we’ bedoel ik alle inwoners, niet slechts de gemeenteraad) dan met lege handen staan. In Den Haag of Arnhem kennen ze de Nunspeters niet. In Nunspeet wel.

Wat wél kan is je laten horen. Als inwoner en als raadslid. Proberen volksvertegenwoordigers en bestuurders op regionaal, provinciaal en landelijk niveau te overtuigen van het Nunspeetse verhaal. Dat we écht zuinig moeten doen op onze unieke natuur en onze hardwerkende boeren. Dat we écht geen centimeter mogen toegeven als het aankomt op brandveiligheid. Soms helpt dat, soms niet. Maar uiteindelijk komt het er toch weer op neer: Daar gaan we niet over.

Pieter Jan van Rossen